Stap 1
- bepaal de draindiepte van het aanvangspunt
- vanaf het aanvangspunt werkt u naar de hoofdriolering toe en houdt u rekening met een afschot van circa 1/2 cm per strekkende meter
- houdt een draindiepte van circa 50 cm aan
- bepaal de drainafstand
- houdt een afstand van circa 50 cm aan
- graaf de geul en leg de drainage
- bepaal eerst de diameter van de hoofdriolering. Dit is meestal 110 of 125 mm. U kunt op ieder
gewenst punt een overeenkomstig diameter t-stuk met manchetverbinding plaatsen - sluit de drainage aan op de riolering
- dek de geul met de aangelegde drainage af met de verwijderde grond
